Home > Extra > Veelgestelde vragen

Waarom wordt soms Faunabiobalance aan de voeding toegevoegd?

beeld_faunabiobalanceAan de opfokvoeders wordt Faunabiobalance® toegevoegd voor een (nóg) betere opname van het voer en stimuleert het immuunsysteem. Het ondersteunt daarmee de weerstand en de groei en draagt bij aan een beperking van de uitval van jonge dieren.

Voor welke dieren zijn er Kasper Faunafood voeders?

certificaat_sojaKasper Faunafood levert letterlijk voeders voor muis tot olifant! Veel Nederlandse dierentuindieren vullen hun maag dagelijks met Kasper Faunafood. Samen met de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen werd ook een eerste stap gezet op weg naar het gebruik van verantwoorde soja in dierenvoeding. Jaarlijks levert Arie Blok (het moederbedrijf van Kasper Faunafood) 43.000 kg duurzame soja voor de deelnemende dierentuinen. Kasper Faunafood maakt serieus werk van natuurbehoud!

Aan welke soorten konijnenvoer is een middel tegen coccidiose toegevoegd?

Aan de Cuni100 opfokkorrel en de Konijnenkorrel Sport is een coccidiostaticum toegevoegd.

Waarom bevatten Kasper Faunafood konijnenvoeders Faunabiobalance®?

Faunabiobalance® is een ingrediënt in het voer met middellang keten vetzuren van plantaardige oorsprong. Deze vetzuren ondersteunen de darmgezondheid van konijnen.

Heeft Kasper Faunafood zink uit het konijnenvoer gehaald?

Nee, absoluut niet. “Dikke buikenziekte” (klik hier voor het artikel) bij konijnen vormt een erg vervelend probleem bij diverse konijnenhouders. Teveel dieren sterven eraan, maar de exacte oorzaak is nog steeds niet bekend. Er is een hardnekkig misverstand dat zink uit het voer is gehaald en daardoor zouden de dieren de ziekte krijgen. Niets is minder waar. Zink is absoluut niet uit het voer gehaald. Het misverstand is ontstaan door de naam van het medicijn wat in het verleden mocht worden gebruikt tegen “dikke buikenziekte”; namelijk zinkbacitracine. Dit middel is echter per 1 januari 2007 verboden, maar is ook nooit in het voer verwerkt, behalve op recept van de dierenarts.

Kan ik ervoor zorgen dat mijn dier niet besmet raakt?

De kans op coccidiose verkleinen kan door het verstrekken van voeding met een coccidiostaticum, of door ervoor te zorgen dat jonge kuikens zo min mogelijk in aanraking komen met mest. Hiermee wordt de kans verkleind dat de kuikens parasieten opnemen en geïnfecteerd raken. Verder is het verstandig om het hok schoon en droog te houden. Ook moeten de hokken niet te druk bevolkt zijn. Het ontwikkelen van de parasieten gaat namelijk het snelst in een vochtige en warme omgeving. Kasper Faunafood voegt een coccidiostaticum toe aan de opfokproducten voor pluimvee.

Wat is een coccidiostaticum?

Een coccidiostaticum is een middel dat aan voeders voor bepaalde jonge dieren toegevoegd mag worden. Het middel remt de ontwikkeling van parasieten waardoor de kans op een overwoekering in de darmen verkleind wordt. Met het verkleinen van de risico’s op een coccidiose uitbraak wordt ook de kans verkleind dat uw kostbare jonge kuikens ziek raken en niet krachtig en gezond opgroeien. In opfokvoeders van Kasper Faunafood voeders wordt daarom standaard een coccidiostaticum opgenomen.

Aan welke soorten is een coccidiostaticum toegevoegd?

  • 6003 Kuiken Opfokmeel 1
  • 6100 Gallus 1 Opfokmeel
  • 6001 Kuiken Opfokkruimel 1
  • 6101 Gallus 2 Opfokkorrel
  • 6003 Kuiken Opfokmeel 2
  • 6107 Kalkoen Opfokkruimel 1
  • 6002 Kuiken Opfkkorrel 2
  • 6108 Kalkoen Opfokkorrel 2
  • 6008 Vleeskuikenkorrel

Ik hoor veel over coccidiose. Wat is dat precies?

Coccidiose is een ziekte die wordt veroorzaakt door een darmparasiet. Deze parasieten nestelen zich in de darmwand en/of het slijmvlies. Als ze met heel veel zijn, gaat de darmwand kapot en kunnen voedingsstoffen niet meer goed opgenomen worden.
Coccidiose komt vooral voor bij jonge dieren omdat deze nog geen weerstand op hebben kunnen bouwen tegen deze parasieten.

Symptomen
De ernst van de ziekteverschijnselen hangt af van de mate van besmetting.
Kippen met coccidiose vertonen vrijwel altijd een zieke indruk; ze staan te dutten en/of gaan bol zitten, ze kunnen koud aanvoelen, vermageren en kan er sprake zijn van diarree. Daarnaast kan het voorkomen dat er bloed in de ontlasting zit. Coccidiose kan ook zorgen voor afwijkingen in het verenkleed. Dit heeft te maken met het tekort aan voedingsstoffen die worden opgenomen.

Besmetting
Besmetting vindt plaats via soortgenoten die de parasieten bij zich dragen. De parasieten bevinden zich in de mest en kunnen daardoor anderen besmetten. Deze parasieten zijn diersoort specifiek; daardoor is het niet mogelijk dat verschillende diersoorten elkaar besmetten. Een kalkoen kan dus geen kip besmetten.

Waarom wijzigt het type coccidiostaticum af en toe?

Het af en toe wijzigen van type coccidiostaticum verkleint de kans op vorming van resistente parasieten. Daarom wordt de tot nu toe gebruikte Diclazuril vervangen door Monensin. Alle bovengenoemde producten die vanaf heden worden geproduceerd, bevatten dus Monensin.

Back to Top